d of t ?

De vrouw speelt een etude van Burgmüller die ze met veel plezier herhaal_ . Komt er achter herhaal een d of een t?

De student keek me aan. Hij kon het niet zeggen.
“Meneer zegt dat ik moet kijken naar de functie van het werkwoord”, zei hij.
“Ja, goed”, knikte ik, “en welke functie heeft het werkwoord op deze plaats?”
Hij keek me hulpeloos aan en greep naar zijn telefoon. Functies van werkwoorden, het zei hem niet veel.
“Persoonsvorm? Voltooid deelwoord? Bijvoeglijk naamwoord?”, begon ik en keek hem hoopvol aan.
Zijn gezicht verried echter niets. Het hoofd was ietwat naar beneden gebogen. Zijn ogen waren op zijn telefoon gericht. Zijn duimen bewogen over het schermpje.
“Als we het ons eens gemakkelijker maken en in plaats van ‘herhalen’ het werkwoord ‘maken’ pakken …
Zijn ogen richtten zich op.
“Dan weet jij het voltooid deelwoord wel.”
“Ja. Gemaakt.”
“Juist. En de persoonsvorm?”
“Maak.”
“En als de vrouw het doet?”
“Maakt.”
“Goed. Dus dan hebben we ‘gemaakt’ en ‘maakt’. Pas die twee woorden eens in de zin. Wat past goed? De vrouw speelt een etude van Burgmüller die ze met veel plezier gemaakt of maakt?”
Hij keek me aan: “Maakt”
“Aha, dus een persoonsvorm. Dus herhaalt ook een persoonsvorm, herhaalt ook met een t. En als ‘gemaakt’ had gepast?”
Hij legde zijn telefoon op tafel. “Een d. Want een voltooid deelwoord maak ik altijd langer in mijn hoofd, dus herhaalde, dus herhaald met een d. Of ik kijk naar ’t Kofschip.” Hij lachte om dat woord.
Okay, test:
   Het gebeur_ wel eens dat studenten wat extra oefening nodig hebben.
   Weet jij of dat gebeur_ zou zijn als je erbij was geweest?
Mijn student keek me stralend aan: ‘Thanks juf, dit ga ik gebruiken voor mijn cp!”